Wendy Schellekens (1972) groeide op met een natuurlijke fascinatie voor kleur. Vanaf haar achttiende werkte ze tien jaar als kleurontwikkelaar bij een verffabriek, waar ze kleurrecepten ontwikkelde voor professionele verflijnen. Vrijwel gelijktijdig begon ze in 1993 te schilderen — verf en kunst waren voor haar nooit twee verschillende werelden.
Na twaalf jaar schilderles ontwikkelde ze een breed artistiek vocabulaire. Ze werkt met acrylverf, mozaïek, speksteen en vilt, en combineert materialen op onverwachte manieren — zoals in haar sculptuur *Fluisterlijnen*, een paspop bekleed met mozaïek en alpacawol die de energiebanen van het lichaam volgt. Daarnaast fotografeert ze graag, met een voorliefde voor macro.
Haar werk gaat over iets wat veel mensen herkennen maar moeilijk kunnen verwoorden: de diepe wens om deel te nemen aan de wereld, en tegelijkertijd de snelle overprikkeling die dat met zich meebrengt.
Vanuit een autistisch perspectief maakt ze zichtbaar wat je normaal niet ziet — stromen, lijnen, energie die botst en samenkomt.
Geïnspireerd door Jawlensky, Monet, Matisse, Van Gogh en Aboriginal art gelooft Wendy dat kleur geen decoratie is, maar taal.