Ik fotografeer al sinds de basisschool. De camera was er al vroeg bij, op reis sowieso, en op een gegeven moment was fotograferen net zo vanzelfsprekend als ademen.
Wat mij interesseert, zijn zelden de voor de hand liggende motieven. Ik zoek het ongebruikelijke. De structuur in de muur, het licht dat even alles verandert, het merkwaardige dat niemand fotografeert omdat het te alledaags lijkt — of te vreemd. Een gele gieter op een grafkruis. Reddingsboeien. Deuren. Water van zo dichtbij dat het abstract wordt. Het vertrouwde vanuit een hoek die het vreemd maakt.
Ik ben een diepzeeduiker. Dat geldt zowel voor mijn portretwerk (ik ben portret- en boudoirfotografe voor vrouwen) als voor de manier waarop ik door een vreemde stad of een bekend landschap loop. Ik loop langzaam en laat me meevoeren, ik kijk lang, ik kom terug met beelden die anderen zijn ontgaan — omdat ze al verder waren gelopen.
Mijn reizen hebben me naar Kroatië, Wales, Venetië en vele andere plaatsen geleid. Wat ik mee terugbreng zijn geen souvenirs, maar observaties. Momenten waarop het licht goed was, het motief wachtte, en ik toevallig daar was.