De magische appelboom, Samuel Palmer (1830)
Deze aquarel behoort tot Palmer's zogenaamde 'visionaire' periode, ca. 1826-32, toen hij enkele van zijn meest intense en originele landschappen schilderde, geïnspireerd door het landschap van Shoreham in Kent. Palmer reageerde op het werk van eigentijdse aquarellisten, dat hij niet diepgaand genoeg vond, en trok zich terug in de Kent Weald, waar het landschap hem een voorproefje gaf van die 'eigenschappen' in de natuur die, zo zei hij, 'nog dieper liggen'.
De dichtbegroeide appelboom, de dichtbeboste heuvels, de gouden velden met rijp koren en de grote wollige schapen spreken allemaal over de vrijgevigheid van een overvloedige God. De spirituele dimensie van het onderwerp wordt versterkt door de opname van een kerktoren die een compositorische echo vindt in de boog van bomen die de compositie aan de bovenkant omlijsten.
