Het schilderij Vormcontrast (Contraste de Formes), ontstaan rond 1913–1914, behoort tot de meest radicale en vernieuwende werken van Fernand Léger. In deze periode experimenteerde Léger intensief met het kubisme, maar hij ontwikkelde daarbij een heel eigen beeldtaal. In Vormcontrast draait alles om de botsing tussen geometrische vormen, volumes en kleuren. Cilinders, kegels en blokken lijken in een dynamisch spanningsveld tegenover elkaar te staan. De voorstelling is grotendeels geabstraheerd: herkenbare objecten zijn opgelost in pure vorm en beweging. Het ritme van ronde en hoekige elementen roept een bijna mechanische energie op, passend bij het opkomende moderne, industriële tijdperk. Tegelijkertijd geven kleurcontrasten de compositie kracht en helderheid. Léger wilde de schilderkunst bevrijden van traditionele perspectieven en emotionele expressie, en onderzoeken hoe vormen zelf betekenis en expressie kunnen dragen. Vormcontrast geldt daarom als een sleutelwerk binnen de moderne avant-garde, waarin abstractie, ritme en structuur centraal staan.
