Bloemen en Kevers, Hans Hoffmann
Eind 1400 begonnen Noord-Europese kunstenaars met het bestuderen en tekenen van planten en dieren met een grotere belangstelling voor nauwkeurigheid. Hoewel het tonen van de uniciteit van elk van deze exemplaren ongetwijfeld belangrijk was voor Hans Hoffmann, probeerde hij ook de individuele schoonheid van elke bloem en elk insect uit te beelden. Hij plaatste de pioenroos, twee soorten irissen, een amaryllis, een mei-kever en een junikever in een aantrekkelijke opstelling op de pagina. Hij tekende de delicate vormen zorgvuldig en voegde weelderige kleur toe in een palet van groen, blauw en rood. Hij gebruikte gewoon zwart krijt om de schaduw te verbeelden die door het lichaam van de kever werd geworpen, waarbij hij de poten van de kever illusionistisch van de grond haalde met dit trompe-l'oeil effect.
Het kan zijn dat Hoffmann deze opstelling van natuurstudies als schilderij heeft bedoeld, omdat het als zodanig in het archief van de oorspronkelijke eigenaar is opgenomen en tot ver in de jaren 1800 in een lijst is blijven hangen. Geleerden beschouwen dit als een van de eerste voorbeelden van stillevens.
