Bloemstilleven, Rachel Ruysch (1726)
Tegen een donkere achtergrond, in de stijl van de bloemenschilderkunst uit de tweede helft van de zeventiende eeuw, componeerde Rachel Ruysch een weelderig bloemstuk, met veel bloemen die nooit tegelijkertijd zouden bloeien. Tussen deze reeks bloeiende en verwelkende planten zie je bij nadere beschouwing rupsen langs de stengel van een bloem kruipen en bruin wordende bladeren die doorzeefd zijn met gaten gemaakt door hongerige insecten. Zulke levendige details suggereren de kwetsbaarheid van het arrangement en zinspelen zelfs op het feit dat schoonheid vervaagt en alle levende dingen moeten sterven.
Ruysch was de dochter van een professor in anatomie en plantkunde en raakte waarschijnlijk via hem bekend met planten. Op haar vijftiende studeerde ze bij de stillevenschilder Willem van Aelst. Vanuit deze achtergrond van wetenschappelijke en artistieke studies leerde ze de essentie van de natuur vast te leggen in haar eigen bloemenschilderijen. Ruysch was de beroemdste vrouwelijke schilder in de Gouden Eeuw van de Nederlandse kunst en genoot internationale bekendheid tijdens een carrière die bijna zeventig jaar duurde.
