De jagers in de sneeuw, Pieter Bruegel de Oude (1565) Op de top van de heuvel is een groep jagers te zien, vergezeld van een roedel honden, op weg naar het dorp beneden. Hun vangst is mager: een enkele vos bungelt aan de speer die de jager links op zijn schouder draagt. Links van de jager heeft Bruegel een motief toegevoegd dat al langer in de boekverluchting werd gebruikt om de decembermaand uit te beelden: de voorbereidingen voor het schroeien van een varken boven een open vuur buiten een gebouw. Het beschadigde bord dat boven hen hangt verraadt de naam van de herberg: "dit is inden Hert", wat betekent "Aan het Hert" - een welgemikt schot in het voorbijgaan. Vermakelijke details, zoals de mensen die schaatsen op de bevroren meren, hebben bijgedragen aan de enorme populariteit van het schilderij. Het heeft zijn betekenis in de kunstgeschiedenis echter niet te danken aan de details, maar aan de algemene indruk die de kleuren en de compositie maken. Met virtuositeit en consistentie roept Bruegel de indruk van kou op: wit, blauwgroen en bruin zijn de dominante kleuren. Het precieze silhouet van de bomen, het bevroren molenrad rechtsonder en het ijzige oppervlak van de sneeuw dat door de voetafdrukken van de jagers zichtbaar wordt, geven samen de fundamentele kenmerken van de winter weer.
