Een jongeman, misschien de kunstenaarszoon Titus, Rembrandt van Rijn...
Ondanks enige twijfel in het verleden heeft de recente wetenschappelijke opinie er de voorkeur aan gegeven dit gevoelige en subtiel belichte portret aan Rembrandt toe te schrijven. De brede penseelstreken en impasto verf geven aan dat dit afkomstig is uit zijn late stijl uit de jaren 1660. Toen Bourgeois het werk in 1807 kocht, dacht men dat het de kunstenaar Philips Wouwerman was, maar in 1619 geboren zou hij in zijn veertigste zijn geweest, niet de leeftijd van de hier afgebeelde jongeman. De geportretteerde is sindsdien geïdentificeerd als Rembrandts enige zoon Titus, maar de aanwezigheid van de boeken op de achtergrond maakt het waarschijnlijker dat dit een portret van een geleerde is.
Fragmenten van een handtekening en datum werden gevonden tijdens het schoonmaken in 1949-53 maar zijn allang verdwenen. Terwijl het hoofd in een zeer goede conditie is, is de rest van het figuur, vooral zijn vacht, slecht geschuurd.
Het portret werd zeer gewaardeerd door een bezoeker van de galerie in 1824 die opmerkte: "Niets kan rijker zijn dan de kleuring, krachtiger en meesterlijker dan de behandeling, en consistenter en meer geïndividualiseerd dan het karakter van het gezicht. Het is een van die portretten waarvan het gebruikelijk is om te zeggen - 'dat moet een gelijkenis zijn'."
