Gezicht op kasteel Duurstede te Wijk bij Duurstede, Jan van Goyen (1649)
In de wereld van Jan van Goyen gaat de hemel eindeloos door, is het land breed en vlak en de lucht bijna tastbaar. Het water, bijna glashelder, weerspiegelt de wolken, het kasteel en de boten die erover glijden. Een koets-en-vier met rood geverfde koetsier en passagiers schaatst over op een veerboot, kreeftenvissers halen hun net op en koeien drinken zelfgenoegzaam van de rust. Een ingetogen palet van blauw, zilvergrijs en lichtgroen omhult het kasteel van Wijk, waardoor het meer een sprookjesachtige plek lijkt dan een echt gebouw nabij Duurstede, een stad ten zuidoosten van Utrecht waar de Rijn zich splitst.
Van Goyen toonde voortdurend vaardigheid in het weergeven van bijna monochrome landschappen en het vastleggen van de subtiel verschuivende tonale effecten van de vochtige Hollandse lucht. Dit schilderij is een voorbeeld van een nieuwe fase in de Nederlandse landschapsschilderkunst die rond 1630 begon en zich onderscheidde door bescheiden, huiselijke onderwerpen, een laag standpunt en een palet dat beperkt was in kleur maar rijk aan variatie in toon.
