Jean Brusselmans ontwikkelde in de loop van zijn carrière een schilderstijl waarin natuur geen vluchtige indruk meer is, maar een stevige, bijna bouwkundige aanwezigheid. Hij reduceerde vormen tot hun essentie en gaf landschappen een monumentale rust. In dit schilderij wordt een groep bomen geen doorkijk in een bos, maar een frontaal ritme van verticale stammen. Ze staan als zuilen naast elkaar en vormen samen een bijna gesloten wand. De verf is donker en materieel aangebracht; bruintinten, groenen en zwarten domineren, waardoor het bos een dichte, stille sfeer krijgt. Licht speelt slechts een beperkte rol en dringt nauwelijks door het bladerdak, wat het gevoel van afgeslotenheid versterkt. Typisch voor Brusselmans is dat diepte minder belangrijk is dan structuur: de bomen zijn patronen van verf, geen botanische studie. De natuur wordt hier niet idyllisch, maar zwaar en existentieel, als een tastbare aanwezigheid die de ruimte vult.
