Hoewel Jean Brusselmans vaak wordt geassocieerd met stilte en verstilling, schilderde hij ook taferelen met meerdere figuren. Toch blijft zijn benadering altijd vormgericht en beheerst. In deze carnavalscène zie je geen luchtige feestelijkheid, maar een compacte groep figuren die bijna als houten poppen in het vlak staan. Maskers en gezichten zijn vereenvoudigd tot hoekige vormen, met krachtige contouren en stevige kleurvlakken. Rood, zwart en roze zorgen voor spanning, maar de kleuren blijven ingebed in een strakke compositie. Beweging ontstaat niet door losse penseelvoering, maar door ritme en herhaling van vormen. Het carnaval krijgt zo een dubbelzinnige lading: feest en vervreemding tegelijk. Brusselmans toont mensen als volumes in een schilderkundige constructie. Het werk benadrukt zijn vermogen om menselijke figuren in te passen in dezelfde monumentale orde die ook zijn landschappen kenmerkt.
