De maand mei wordt hier voorgesteld als een aristocratische optocht in een lentelandschap. Edelmannen en -vrouwen rijden te paard, gekleed in rijke groene en blauwe gewaden, versierd met bladmotieven die verwijzen naar de hernieuwde natuur. Twee honden lopen onder de paarden, wat het hofleven een huiselijke toets geeft. Boven hen een halfronde hemelboog met sterren en dierenriemtekens, typisch voor de kalenderbladen. De achtergrond toont een ideaal gotisch paleislandschap. De scène benadrukt niet arbeid, maar hofcultuur: mei is de maand van liefde, feest en hoffelijke rituelen. De Gebroeders van Limburg blinken uit in textieldetails, kleurharmonie en verfijnde gezichtsuitdrukkingen. Hun miniaturen zijn vensters op het leven van de elite rond 1400, maar ook symbolische jaargetijdebeelden. De combinatie van realistische paardenbewegingen en bijna sprookjesachtige architectuur maakt dit werk tot een hoogtepunt van de internationale gotiek.
