Quillebeuf, monding van de Seine, William Turner Het schilderij toont het dorpje Quillebeuf in de monding van de Seine, een plaats die Turner bijzonder fascineerde en die hij bezocht tijdens zijn reizen naar Frankrijk in de jaren 1820. Dit werk werd voor het eerst getoond in de Royal Academy in 1833, compleet met een aantekening in de tentoonstellingscatalogus waarin werd gewaarschuwd voor de gevaren voor de scheepvaart als gevolg van de snelle stijging van het getijdenniveau en het plotselinge verschijnen van een enorme golf, een fenomeen dat door de plaatselijke bevolking bekend stond als 'Mascaret' of 'Barre'. Er is een bijzondere combinatie van factoren in dit werk die bepalend is voor het begrijpen van Turners werkwijze, die naturalistische observatie, geheugen en een gevoelige herschepping van de werkelijkheid omvat. Op basis van deze principes geeft hij op een verrassende manier uitdrukking aan sensaties, waarbij een zwerm meeuwen die in een spiraal in de lucht vliegt een cruciaal element vormt bij het tot stand brengen van het gedisciplineerde evenwicht van de compositie, dat wordt ontwikkeld door de steeds toenemende opbouw van cirkels.
Hoewel Turner een topografische uitstraling behoudt en een onmiskenbaar dramatisch potentieel in zich draagt - naast de rechts zinkende wachttoren is er ook de tragische trilogie van vuurtoren, kerk en kerkhof - voert hij een emotionele oefening van licht en kleur uit, waarbij dit schilderij de tendens vertoont van geleidelijke eliminatie van vormen, die oplossen in de vochtige atmosfeer. De kunstenaar overstijgt zo de fysieke ruimte van het beeld
