Frankrijk, 1893
Tahiti was voor Gauguin de belichaming van dat primitieve en ongerepte leven waarvan hij droomde, van natuurlijke harmonie en eenvoud. Hij verbleef aanvankelijk twee jaar in Tahiti (1891-1893) voordat hij voor een korte tijd terugkeerde naar Parijs. Dit werk dateert uit die eerste periode in Oceanië, toen de kunstenaar zich nog meer bezighield met de uiterlijke kenmerken van de exotische wereld vol mysterie, dus in tegenstelling tot Europa. De indrukken van de kleuren en vegetatie, het uiterlijk en de rituelen van de Tahitianen, gaven de kunstenaar veel materiaal om mee te werken. Een alledaagse episode in het leven van de eilandbewoners wordt hier omgezet in de belichaming van het eeuwige ritme van het leven, van de harmonie tussen mens en natuur. Op de voorgrond staat een Tahitiaans meisje met een vrucht in haar hand - de vooravond van dat oostelijke paradijs. Gauguin verwerpt de regels van de traditionele schilderkunst, en vervolgens van het impressionisme, en creëert zijn eigen stijl. De vlakke ruimte, de ritmische herhaling van lijnen, vormen en kleurvlakken en de zuivere kleuren die in brede massa's worden toegepast, zorgen samen voor een zeer decoratief effect.
