Zelfportret, Edgar Degas Tussen 1854 en 1864 maakte Degas bijna veertig zelfportretten. In deze periode reisde hij veel door Italië, waar hij de schilderijen van de oude meesters bestudeerde en zijn eigen stijl ontwikkelde. De kunstenaar beschouwde zelfportretten als een platform voor experimenten en de meeste bleven tot aan zijn dood in zijn atelier. Op deze afbeelding presenteert Degas zichzelf met een opvallende hoed, een witte schildersschort en een oranje das. De delicate modellering van het gezicht, dat grotendeels in de schaduw ligt, contrasteert met het ongeschilderde gebied in de linkerbenedenhoek.
