De zelfportretten van zijn grote reeks aquarellen en schilderijen gemaakt tussen 1910 en 1918 - waarvan dit een goed voorbeeld is - zijn verschroeiende, psychologisch complexe beelden. De uitgemergelde, gekwelde figuur van de kunstenaar, benig en hoekig, borstelharen met een innerlijke spanning die zichtbaar wordt gemaakt door de geagiteerde potloodlijn en geverfde witte omringende aura. Schiele staart wild, zijn grote, donkere ogen dreigend, zijn mond open en zijn haren steil rechtop. In een pose die doet denken aan de gekruisigde Christus, zijn arm wordt onhandig uitgestoken en scherp naar de elleboog gebogen. De kleur is beperkt tot bruintinten, met alleen bepaalde delen van het lichaam (mond, tepels, navel en geslachtsorganen) rood gekleurd.
Egon Schiele (Tulln, 12 juni 1890 – Wenen, 31 oktober 1918) was een Oostenrijks expressionistisch kunstschilder.
